De oude Grieken en power to the people

De oude Grieken en power to the people

Nog maar enige decennia geleden was het leven een stuk overzichtelijker. Je ging naar je werk en betaalde belasting. Hoe overheid of goede doelen hun taken uitvoerden en hoe bedrijven hun geld verdienden, ging de meeste mensen boven hun pet. Dat gaf niets: met voortdurend toenemende welvaart en een beperkte blik op de wereld was het leeuwendeel van de mensen tevreden.

Nu is het crisis. In economische zin: de vraag rijst of het all-inclusive arrangement van de verzorgingsstaat wel betaalbaar blijft. Maar er is daarnaast nog iets veel fundamentelers aan de had. Crisis betekent in het oud-Grieks niet ‘ramp’, maar eerder ‘moment van keuze’ of ‘onderscheiding’. Een crisis biedt problemen, maar ook mogelijkheden om orde in de chaos te scheppen.

Geholpen door informatie- en communicatietechnologie krijgt de burgerconsument bijvoorbeeld meer macht. Het is de tijd van power to the people. Niet als holle frase, maar juist als een concrete ontwikkeling waarbij burgerconsumenten zélf aan de slag gaan met hun eigen oplossingen. Deze ontwikkeling stelt eenieder in staat om zelf energie op te wekken met gebruik van zonnepanelen, producten te ‘printen’ dankzij 3D- printers, voor hotelier te spelen met behulp van Airbnb en ideëen gefinancieerd te krijgen door online crowdfunding platforms als kickstarter.com

Diezelfde ontwikkeling leidt ook tot wereldwijd toegankelijk en gratis onderwijs. Al in de jaren zeventig werden colleges uitgezonden op radio en tv en ook maken docenten al sinds langere gebruik van de mogelijkheid colleges online te zetten. Afgelopen jaar is echter een mijlaap bereikt in het modern onderwijs. Twee startups, beiden opgericht vanuit Stanford University werven massaal studenten voor hun massive open online courses, ofwel MOOC’s. Harvard en MIT hebben al aangegeven 30 miljoen te gaan investeren in edX een non-profit onderneming die cursussen aanbied, andere universiteiten gaan ook mee doen. De invloed van deze virtuele onderwijswereld zal enorm zijn. Voor studenten met geld zal het slechts een aanvulling of luxe zijn, maar voor de ontwikkelingslanden waar mensen niet eens over universitair onderwijs durfden te dromen opent zich een hele nieuwe wereld.

Voor de gevestigde orde van Hogescholen en Universiteiten betekent deze digitale opmars echter ook het einde van hun onderwijsmonopolie. Hoe gaat de Universiteit van Wageningen opboksen tegen gratis cursussen van Harvard? Nu is het nog lang niet zo ver dat het digitale onderwijs al een serieuze concurrent is van het regulier onderwijs, er zijn nog te veel kinderziektes te bestrijden zoals het hoge uitvalpercentages, het ontbreken van gecertificeerde diploma’s en studiepunten, de plagiaatgevoeligheid van de toetsen en het ontbreken van het echte ‘studentengevoel’. Verder zijn de verdienmodellen nog wankel, non-profit ondernemingen zoals edX wil slechts kostenvrij uitkomen, maar particuliere initiatieven moeten investeerders tevreden houden. Er wordt echter al hard gewerkt aan oplossingen, zo is er het idee om het onderwijs gratis te houden, maar studenten te laten betalen voor een diploma’s of om werkgevers tegen betaling contact te laten zoeken met de best presterende studenten. De gevestigde traditionele Hogescholen en Universiteiten zullen moeten (her)definiëren van hun toegevoegde waarde is. Alleen toppers als Yale en Harvard weten zich veilig vanwege hun usp’s zoals een gewilde huwelijksmarkt, status, aanzien en weelderige panden.

De uitdaging die dan ook voor ons ligt, is hoe bedrijven, overheden, onderwijsinstituties, maatschappelijke organisaties en burgerconsumenten omgaan met de crisis, of beter: dit moment van keuze. Bent u klaar voor de transformatie?

 

Farid Tabarki