2017: Jaar van levenskracht en loutering.

Verwarring, onrecht, afscheid. En vooral woede. Het zijn woorden die veel gebruikt worden om 2016 te omschrijven. Er kwam nogal wat boze energie vrij, in 2016. Niet zo gek dus dat ze ook de toon aangeven van de mooiste en meest relevante muziek die ik dit jaar hoorde. Het mooie van muziek is dat het zo één op één de tijdgeest duidt. Kijk naar de hitparade en zie de trends, zeg ik altijd. Muziek is primaire emotie en wijst een weg naar de mogelijkheden om ermee om te gaan. Zoals we vroeger naar een priester of imam luisterden, zetten we nu Bowie of Beyoncé op. De beste muziek van 2016 begint met pijn en woede. Maar woede is nooit een eindstadium. De muzikale helden van 2016 zetten hun woede om in iets mooiers, iets diepers: levenskracht. Ze gaan door hun pijn heen en komen er aan de andere kant gelouterd uit. Ze maken kunst van menselijke emoties. Als 2016 het jaar van de woede was, dan wordt 2017 het jaar van de loutering. De mooiste vijf albums van het jaar dragen het al in zich, elk op een eigen manier. Een absolute favoriet kiezen is ondoenlijk. Deze vijf raakten mij het meest. Weten waarom? Je leest het hier.

Verder zoekend naar GRIP

Een van de thema’s van de TrendRede 2016 ging over de zoektocht naar GRIP. Daarover hebben we ‘verder’ gesproken met Esther Beckers, senior Art Director Strategic Design.

TR: In de TrendRede spreken we over hoe mensen hun grip willen vergroten in deze turbulente wereld, hoe zie jij dat?
Esther Beckers: “De maatschappij is ontzettend in beweging. Dat gevoel wordt nog eens versterkt door de media-overload in berichtgeving. Je kunt daarop reageren vanuit angst of optimisme. Wanneer je nu de krant opent of de televisie aanzet kun je enorm gaan doemdenken. Ikzelf ben geen doemdenker. Iedere nieuwe tijd heeft zijn uitdagingen.”
Ze voegt toe dat het niet iedereen goed gaat in deze tijd, maar dat we in vergelijking met vroegere tijden er toch op vooruitgaan. Wat niet wegneemt dat er mensen zijn die het ècht moeilijk hebben, maar ze vindt dat veel mensen die het toch goed hebben klagen ‘op hoog niveau’. Maar naar mening van Esther heeft iedere tijd zijn negatieve dingen; koude oorlog, zure regen, RAF – zo maar wat dreigingen uit haar eigen jeugd – . Je kunt grip houden vanuit negativiteit of vanuit een positieve houding. Zij kiest voor dat laatste.

TR: Naast het optimisme erin houden, wat zie je nog meer aan vormen van grip?
Volgens Esther is zelfregie een andere manier waarmee we grip proberen te houden op het leven. Mede door de economische crisis zijn mensen meer ‘self-empowered’ geworden en nemen zelf de verantwoordelijkheid voor hun leven. Bijvoorbeeld door grip te krijgen op het eigen functioneren wat geestelijke en lichamelijke gezondheid betreft: “we worden ouder, kijken voorruit en gaan bezig met preventie.”
Maar die zelfregie wil je niet overal in hebben, daar is de wereld te complex voor. De gebieden waar je deze regie wilt houden zijn per persoon verschillend. Het kan je eten zijn, je gezondheid, je opleiding, je verzekeringen. Esther: “We hebben niet meer de tijd om alles zelf te doen en niet de behoefte om overal controle over te houden. De één vindt het heel belangrijk om zijn huis zelf schoon te maken en de ander laat dit uitbesteden.”
Een goed voorbeeld is hoe er nu wordt omgegaan met koken. Er wordt tijd bespaard en gemak gewonnen met ‘kant-en-klaar’ en keukenhulpjes en met keuzes die al voor je gemaakt zijn door foodboxes en bezorgrestaurants. Maar voor veel is koken evenzeer een uiting van creativiteit en identiteit. Dus af en toe bewust de tijd nemen om uitgebreid zelf te koken. Het is nu vaak èn-èn, in plaats van of-of .

TR: Die individuele schaal van zelfregie naar uitbesteding, hoe kun je daar als bedrijf mee omgaan?
Het is een kwestie van goed luisteren, echt aandacht geven aan wat klanten zeggen, meent Esther. En vooral kijken naar wat ze feitelijk doen, daarin zoeken naar gedragspatronen, probleemsituaties en komen met oplossingen. Profilering geeft richting aan de keuzemogelijkheden waarop je kunt inspelen. Van belang is om je klanten actief te laten meedenken over oplossingen, bijvoorbeeld in online consumentenforums en cocreatie platforms.
Bij het observeren van thuis- en werksituaties merkt ze dat de overeenkomsten in de meeste landen in de wereld vaak groter te zijn dan de verschillen. Wat haar verder opvalt is dat jongeren heel pragmatisch omgaan met kiezen: ”Ze proberen iets en zijn minder bang voor het maken van een verkeerde keuze. Dan probeer je toch wat anders?”

TR: Wij zien dat binnen de grote bewegingen de wensen en oplossingen juist subtieler lijken te worden, zie jij dit ook?
Esther: “Ja, we zitten nu in ‘the era of service and experience’. Experience is hèt modewoord van een aantal jaar geleden. Het is nog steeds een belangrijk fenomeen, alleen wordt het minder schreeuwerig en oppervlakkig.” Ze ziet een kentering richting echte aandacht, naar persoonlijk werkelijk gehoord worden. Naast het productaanbod moet je vooral het servicepakket goed op orde hebben, zowel bij zelfregie als bij uitbesteding. Het draait om het leveren van positieve ervaringen.
Experience en service zijn meer dan ooit aan elkaar gekoppeld. Het is nu van belang om bij wijze van spreken te ‘over-deliveren’ op service. Het wordt daarmee een subtielere non-materialistische experience.
Het kleinschalige, het subtiele, zegt ze, is eveneens te zien in de bijzondere beweging van hergebruik en delen, een nieuw gemeenschapsgevoel: van kledingruilavondjes, samen de buurttuin onderhouden of gemeenschappelijk je zonne-energie regelen.

TR: Is er sprake van een verschuiving van autoriteit?
In de zorg is dit duidelijk, daar zie je steeds meer die empowerde patiënt, die tegenwoordig met zijn ‘wearables’ zijn eigen data checkt en googelt en daarmee bij de arts komt.” Het is volgens haar niet zo dat dit de autoriteit van een arts ondermijnt, het is meer zo dat deze meer gelijkwaardig samenwerkt aan jouw preventie, door alle data en input, ook die jij verzamelt, mee te nemen.
Op allerlei vlakken is het wel zo dat autoriteit niet meer uitsluitend is gekoppeld aan opleiding, maar dat ervaringsdeskundigen een aanzienlijke rol gaan spelen. Dat zal in belang toenemen, niet in de laatste plaats via onze sociale media, aldus Esther Beckers.

Het interview werd gehouden door Caroline van Beekhoff en Marie-Lou Witmer, TrendRedenaren. Voor meer informatie: www.trendrede.nl. De volgende TrendRede is gepland op 11 januari 2017, opnieuw bij Pakhuis De Zwijger.

De smeltende piramide – het publieke domein in beweging

Oude, rigide structuren maken plaats voor dynamiek waarin burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven flexibele verbanden aangaan en weer verbreken. De tijd van de piramides met een duidelijke hiërarchie is voorbij. Door radicale decentralisatie zullen kleine verbanden steeds meer zelf kunnen organiseren; radicale transparantie zorgt ervoor dat het publieke domein, en de organisaties en individuen die hem bevolken, openheid van zaken moeten geven. Technologische ontwikkeling maakt hierin veel mogelijk.

Open opstellen
Juist het publieke domein moet en kan zich veel opener opstellen. Daar zijn inmiddels goede voorbeelden van te geven. De Noorse belastingdienst, Skatteetaten, is verplicht alle aangiftes openbaar te maken. De stap om deze gegevens ook te ontsluiten via de site skattelister.no was snel gezet: iedereen kan nu even controleren of die nieuwe Mercedes van de buren strookt met het inkomen. Ook buiten het traditioneel open Skandinavië moet het publiek domein met de billen bloot. De door Julian Assange onthulde geheimen van de Amerikaanse overheid waren nog ver van ons bed, maar de voortdenderende trein van de transparantie komt steeds dichterbij. In Nederland zouden we voorop kunnen lopen: buitenlanders verbazen zich altijd over onze ramen zonder gordijnen, die van ons huis een kijkdoos maken. Hoog tijd voor een publieke, grotendeels virtuele kijkdoos.

Decentraal
Naast transparantie speelt ook radicale decentralisatie een sleutelrol. Steeds meer dingen kun je zelf of in een klein verband handiger organiseren dan in het groot. Vroeger was er een grote kolencentrale nodig om aan de energievraag te voldoen, nu voldoet een zonnepaneel of een windmolen. Slimme verbanden van burgers maken het rendabel en andere verbanden kopen de energie voordelig in. De maatschappelijke gevolgen van deze radicale decentralisatie zijn groot. De consument wordt prosument. Met een goed idee, netwerk en strategie kan zij of hij sneller dan ooit een grote impact op de samenleving hebben. De twintigste eeuw was top-down, maar de eenentwintigste is behalve bottom-up ook horizontaal. Voor de belangenorganisatie komt het netwerk in de plaats; voor de macht van de groep de kracht van connecties.

Vloeibare samenleving
Het is, kortom, het tijdperk van de vloeibare samenleving. Transparantie en decentralisatie hebben, gevoed door technologie, de maatschappij inmiddels vloeibaar gemaakt. Voor het organiseren van mensen en kennis maakt de traditionele vaste vorm van een instelling of organisatie dan ook steeds vaker plaats voor de vloeibaarheid en transparantie van het netwerk.
In de vloeibare samenleving maken burgers gemakkelijk een begin met het veranderen van de wereld. Iedereen kan dat vanachter zijn computer en binnen zijn eigen netwerk. Dat heeft al geleid tot bedrijven zoals Instagram en Uber, die met weinig personeel een flexibel platform oprichtten, miljarden waard zijn geworden en een hele sector op hun kop hebben gezet.
De ‘powers that be’, de aloude instituties, hebben het er maar moeilijk mee. De publieke sector zal zelf moeten ontdooien en vloeibaar worden. Maar hoe?
De overheid was in het oude model bepalend: de regels en kaders kwamen van boven en het bureaucratische model werd de norm om ontwikkelingen in de samenleving te sturen en uitvoering te geven aan de vele publieke taken. Overheden, zorg en onderwijs werkten naar binnen en naar buiten met als trefwoorden hiërarchie, bevoegdheden, taken en sturing.

Nieuwe systeem
In het nieuwe systeem gaat het er niet meer om wie de baas is en waar een taak of bevoegdheid precies ligt. Zowel personen als organisaties zullen meer moeten samenwerken volgens een flexibeler opdracht. Binnen organisaties opereren zelfsturende teams; tussen organisaties vindt meer afstemming plaats over overlappende bezigheden dan over scheidslijnen. Het Rijk ondersteunt regionale overheden; provincies vormen een platform voor lokale overheden.
Bij zulke platforms komen allerlei belangen van burgers, bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld samen. De overheid geeft geen eindoordeel, houdt zich in met regelgeving en concentreert zich op het faciliteren van het samenspel van maatschappelijke actoren.

Flexibele houding
Deze aanpak vergt een flexibele houding bij de mensen die in de publieke of semipublieke sector aan het werk zijn. Een Belgisch voorbeeld bewijst dat het kan en dat verkokering en ambtelijke verhoudingen met succes kunnen worden doorbroken in traditionele overheidsbolwerken. Frank van Massenhove is de hoogste ambtenaar van de Belgische Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, maar heeft geen eigen kantoor. Werknemers beoordelen hun chefs, die bovendien in dezelfde fysieke ruimte aanwezig zijn. Ze bepalen zelf wanneer ze hun uren maken en waar ze dat doen; dat mag ook thuis. Het resultaat: kostenbesparingen, verhoogde productiviteit en een enthousiaste staf. Van Massenhove deed zijn ideeën wereldwijd op en maakte er een revolutionaire, unieke cocktail van. Goed voorbeeld doet goed volgen!
Ook vraagt deze aanpak om een ambitieuze overheid. We zullen veel barrières moeten wegnemen. Er moet opnieuw, fundamenteel worden nagedacht over het aanjagen van deze nieuwe ontwikkelingen. Het publieke domein – en zij die hierbinnen werken– moet veel los durven laten.
Lukt dat, dan blijft het publieke domein relevant en staat nieuw talent te popelen om erbinnen aan de slag te gaan.

Farid Tabarki

Van winst- naar betekenisverlangen

We zijn narrig. Ik merk het tijdens lezingen. “Is Albert Heijn nog een supermarkt?” Over die vraag wenst een zaal tegenwoordig intensief te discussiëren. Een opvallend groot deel stemt in met het antwoord van een welbespraakte, maar boze ex-klant: “AH is een financieel construct dat, middels het steeds verder verlagen van de kwaliteit van het aanbod, de winst van zijn anonieme internationale aandeelhouders maximeert.”
Meer economische iconen van de afgelopen 25 jaar liggen onder vuur. Zo blijkt bij de IKEA vestigingen een angstcultuur te heersen. “In elke hoek staat wel een manager die iedereen in de gaten houdt,” zegt Pieter Beuzenberg van de FNV in de Volkskrant. “IKEA doet zich voor als een sociaal bedrijf, maar het is een rendementsmachine.”
Maakt het uit of bedrijven winstgroei boven klant- en werknemerstevredenheid stellen? Ja. Dat merk ik in den lande. Consumenten zijn het zat behandeld te worden als de citroen waaruit, als je maar hard genoeg knijpt, altijd nog wel een druppel winst te persen valt.

Het maakt uit
Je ziet in de markt dat het uitmaakt. Misschien nog niet bij IKEA, maar AH is allang niet meer de groeimachine van jaren her. McDonalds, nog zo’n icoon, heeft het moeilijk. En de Hema. Het ging mis toen ze de kern van hun bedrijf, de producten, tot kostenpost bombardeerden. En kostenposten, die zijn er om geminimaliseerd te worden. Het resultaat kun je lang camoufleren, met dure reclamecampagnes. Maar uiteindelijk zien mensen dat achter de stralende tandpastaglimlach de leegte gaapt. Uitgeholde merken, daar kom ik er veel van tegen, de laatste jaren.

Verloren in het midden
“Waarom gaat de kanteling niet harder?” Een vraag die ik regelmatig krijg. Dat komt omdat we onze onvrede niet altijd omzetten in gedrag. We zijn nog vooral tegen. Ingekapseld binnen ons eigen systeem vinden we het moeilijk actieve interesse op te brengen voor het gezamenlijke, iedere vorm van gedeelde verantwoordelijkheid. Een positieve keuze voor verandering maken, dat voelt onzeker, onwennig. Dus staan we verloren in het middelpunt van ons eigen universum en omklemmen het cynische gelijk als een anker. “De keuzes die ik maak hebben toch geen enkele invloed.” Om vervolgens terug te vallen op gewoonte. Narrigheid overtroefd door luiheid.

Het kán
Het betekenisverlangen groeit. En daarmee de wens om bij te dragen. Mensen die zich opwinden over het beleid van hun bank, zoeken steeds gerichter naar een alternatief dat interesse heeft in de betekenis van geld voor de wereld, niet louter voor de eigen bonus. Een fluitje van een cent is het misschien nog niet, maar er is een overstapservice die het ze makkelijk maakt. Anderen tellen hun huishoudgeld en bedenken aan wie ze dat het liefst besteden. Bijvoorbeeld aan een product waaraan je kunt zien dat de maker actieve interesse heeft in zijn klanten – en daarom in de ingrediënten die hij erin stopt. Steeds meer bedrijven vinden dat voedsel voedend moet zijn, dat service betekenisvol hoort te zijn, dat winst moet voortkomen uit het leveren van het meest volwaardige product, niet per se het meest kostenefficiënte. Ze lezen een interview met de mensen achter Kesbeke tafelzuur, die niet langer tegen de klippen op willen groeien, maar liever de eigen kwaliteitstandaard handhaven – en daar met zijn allen een goed salaris uit halen. Ze fietsen langs InStock voor een echt lekkere kant en klaarmaaltijd, gemaakt uit verse producten, overgebleven uit.. de supermarkt. En drinken onderweg koffie bij een van die kleine koffieshops waar de eigenaar/barista zich met liefde buigt over hun cappuccinoschuim – zo’n lokaal tentje dat gewoon belasting afdraagt. En merken dat ze niet tot nauwelijks meer kwijt zijn dan bij een van de artificieel opgepepte, winstgemaximaliseerde en menselijk geminimaliseerde grootmachten.

Betekenisverlangen
Persoonlijk vind ik het fijn dat Albert Heijn op de oudjes gaat letten. Liever had ik dat het bedrijf waar ik altijd graag kwam zijn identiteit herontdekt, inclusief een actieve interesse in zijn eigen producten. Dat ze weer kwaliteit centraal stellen in plaats van kwaliteitsperceptie. Dat ik zie dat ze hun plezier terugvinden in het voeden van Nederland. Ik wil het betekenisverlangen zien, niet een ordinaire winstgeilheid.
En dan denk ik aan de vrolijkheid die ik voel opkomen zodra ik mijn slagerij binnenloop, een familiezaak waar ik zonder een spoor van wantrouwen alles aanwijs wat ik lekker vind. Is het vlees er duurder? Ja. Veel duurder? Nee. Ik zie aan zijn ogen dat mijn slager hart heeft voor zijn zaak, voor mij, de klant wiens lichaam hij helpt voeden, en, hoe vreemd het moge klinken, voor de dieren die in zijn toonbank eindigen. Ik koop iets minder en betaal iets meer voor vlees dat een goed leven heeft gehad, niet is volgestopt met hormonen – en na de slacht geen nare bewerkingen heeft ondergaan. Mijn slager heeft een betekenisverlangen. Dat proef ik. En de mensen die ik het voorzet beginnen er spontaan over. Ze vinden het lekker.

Genotmomentje
Is dat niet wat we willen? Rookvlees dat écht smaakt? Aankopen die onze dag een beetje oplichten? Een leven dat gevuld is met genotmomentjes, die we graag samen delen? Er is al zoveel sleur om ons heen. Nederland bruist, op allerlei vlakken. De verandering is in gang gezet. Maar het gaat sneller wanneer meer mensen hun betekenisverlangen durven omarmen. Laat de narrigheid achter in 2015.
De toekomst komt in golven, we creëren ze zelf.

 

Tom Kniesmeijer

Eindelijk echt volwassen?!

De TrendRede van 2015 begon met het beschrijven van de Ondertussenheid, de tussenperiode waarin we ons -nu nog steeds- bevinden. Een periode van overgang, maar overgang naar wat? Die contouren worden steeds scherper zichtbaar. Maar wie tekenen daarvoor en zorgen voor deze invulling? Dat zijn de mensen en bedrijven die op verantwoorde wijze volwassenheid in zich dragen.

Bont beeld
Verantwoord volwassen. We waren toch al volwassen, zeg je misschien? In leeftijd wellicht, maar verder lijkt niets minder waar (uitzonderingen daargelaten). De afgelopen tijden blonken eerder uit in: afschuiven, verantwoordelijkheid ontwijken, ik wil -het nu, wij versus zij, van Hello Kitty hypes, pyjama’s aan op straat, soldaatje spelen, schreeuwen om het hards en bacchanalen: kortom behorende bij uit de kluiten gewassen kinderen en pubers.
Verantwoorde volwassenheid gaat om een mentaliteit. Een mentaliteit van bouwers, van meedoen, van verantwoordelijkheid nemen, van verbindingen aangaan, proberen, vallen, opstaan, delen en gunnen.
Verantwoorde volwassenen als bouwers en bouwtekenaars betekent niet dat er een grijze, saaie en super serieuze tekening ontstaat, er ontvouwt zich juist een heel bont beeld van nieuwe (dwars)verbanden, meebouwsels, innerlijke kompassen, egoluwte, zelfopheffing, waardigheid en afwijkingen.

Innerlijk kompas vinden en volgen
Ook al lijkt het momenteel vaak niet zo, toch groeit deze groep gestaag. Een groep die het roer in eigen hand neemt. Wil je ook mee doen dan moet je eerst terug naar binnen en op zoek naar je kompas. Je innerlijk kompas dat aangeeft welke waarden en waarheid voor jou gelden en wat jij betekenen wilt . Vergelijkbaar met echt volwassen worden, dan bepaal je ook wat voor jou belangrijk is, wat je van vroeger meeneemt, welke waarden je aanstaan, wat je nieuw meepakt en waarop je je richten wilt.
Het aardige van de komende tijd is dat iedereen wel mee moet in deze zoektocht, of je nu wilt of niet. Want de vroeger o-zo-duidelijke grenzen tussen goed en fout worden steeds schimmiger, relatiever en bewegelijker. Wil je niet verzuipen of wegkwijnen dan moet je wel bij jezelf te raden gaan.

Ruimte voor de afwijking
We zijn klaar me wegpoetsen en gladstrijken. Juist door de diversiteit en legimiteit van al deze kompassen en zoektochten wordt ook de afwijking weer normaal. Bij de zoektocht naar de eigenlijk waarden behoort ook het onderdeel ‘licht laten schijnen op de minder mooie kanten’. Dit licht vervolgens aan laten staan en er verantwoordelijkheid voor nemen en dragen.

Egoluw
Een langzaam zichtbaar wordende resultante van verantwoorde volwassenheid is het feit dat de ‘ego-schuif’ steeds vaker naar ‘zacht’ geschoven wordt. De overtollige lucht gaat weg. Het innerlijke en belichte kompas zorgt ervoor dat je reëel en trouw kan zijn, en blijven, aan je eigen waarden, dat je kiest voor verbinden en vertrouwen. Dat maakt een roeptoeterend ego overbodig. Met teruggeschroefde ego’s zoeken we cirkels van vertrouwen, leggen dwarsverbindingen en stappen gelegenheidscoalities binnen.
Een vergaande vorm van deze egoluwte zullen bedrijven of mensen (in rollen) worden die zichzelf ‘op willen heffen’ voor het grotere doel (#lefvanzelfopheffing). Want om iets echts nieuws te bouwen moet je het oude af (durven) breken.

Van geschapene naar schepper
Kortom terwijl Europa in zijn voegen kraakt en het woord ANGST weer in chocoladeletters geschreven wordt gaat de tijd van lijdzaam toezien langzaam voorbij. Innerlijke kompassen worden gevonden en afgestoft. Men weet dat men het anders wil, hoe dat is niet altijd echt duidelijk, maar men gaat wel van start. We kneden op basis van nieuw gevonden gedeelde waarden (tijdelijke) gelegenheidscoalities en vormen zelforganiserende groepen. We omzeilen steeds beter de nog veelvuldig in de weg liggende oude structuren en duwen ze langzaam om. We worden bewust van geschapene een schepper en nemen daar verantwoordelijkheid voor. Creëer en bouw jij al mee?

Caroline van Beekhoff

 

Bouwen aan vertrouwen

Stel je eens voor dat het mogelijk is om op eigen kracht jezelf met topsnelheid te verplaatsen terwijl je geen hand voor ogen ziet. Hoe ziet dat er dan uit? Hoe klinkt het? Wat voel je en wat doet het met je? Wat gaat er door je hoofd? Geeft het je energie en kom je gelijk in actie? Of wil je eerst rustig nadenken en je gedachten ordenen? Wellicht wil je eerst leren hoe dit werkt? Of heb je meer behoefte aan een stapsgewijze, eenvoudige, structurele uitleg? Zie je alleen blokkades en onmogelijkheden of vertrouw je meteen je eigen instrumenten zodat het lukt?

Kernmerken van F-jes voetbal

Bouwen aan vertrouwen door de inzet van verbeeldingskracht en het stellen van vragen zijn de eerste inzet voor positieve verandering: essentiële bouwstenen voor toekomstige geschiedenis. De huidige Nederlandse alertheid en richting neigen meer naar de krachten van ‘niet’ en ‘nee’ ten koste van ‘wel’ en ‘ja’. Helpt dit? Kijk maar wat er gebeurt als je tegen jonge kinderen roept om niet tegen de paal aan te fietsen of juist aangeeft er links of rechts om heen te fietsen. Welk scenario werkt het beste? Zolang we verandering en onbekendheid blijven zien als bedreiging, ons ‘niet’-punt duidelijk proberen te maken onder het mom van ‘recht op een mening’- door harder te praten, te schreeuwen, overstemmen en te intimideren heeft het huidige Nederlandse overtuigingssysteem de kenmerken van ‘F-jes voetbal’ – als jonge honden achter elke bal aanrennen. Terwijl we in potentie veel slimmer zijn door het geheel te overzien en te verbinden op visie, thema en begripsvorming. Laten we bewust kiezen om spelenderwijs vaker ‘ja’ te zeggen en te werken aan alternatieven. Bouwen door het vrije spel weer terug te brengen met positieve feedback en stimulans.

Spelen en communiceren

Persoonlijk vind ik dat iedereen toegang moet hebben tot allerhande, vernieuwende speeltuinen gevuld met mensen, informatie en techniek. Geen sector uitgezonderd. Iedereen heeft recht op het spelenderwijs kweken van eigen verbeelding en begripsvorming om zodoende de wereld anders te benaderen en verder te helpen. Ja, inderdaad, naast spelen ook leren communiceren om te verbinden. Van nature is celdeling een van de essentiële processen voor voortplanting en groei. Daarom is bijvoorbeeld kennisdeling vanzelfsprekend aan het worden. Zonder delen geen vermenigvuldigen. Spelend kunnen we dan bouwen aan scenario’s en zorgen we voor een complete reset door in samenspraak de bestaande bouwwerken te ontmantelen, de bouwstenen ervan in de essentie te waarderen en opnieuw vanuit een leeg tekenvel op te bouwen.

Bouwen aan vertrouwen door je eigen instrumenten anders te bekijken en in te zetten. Je moet vandaag de dag wel heel sterk in je schoenen staan en stappen durven te ondernemen. Hoe je ook kunt beginnen? Inderdaad, met kleine stappen. Probeer maar eens op het strand je stappen te tellen terwijl je je ogen dicht houdt. Voer vervolgens het tempo op. Probeer eens te rennen. Waar ligt je positieve grens? Je kunt meer dan je denkt. En het is nog leuk ook.

Brian Kragtwijk

 

De 7 werken van barmhartigheid

De TrendRede 2016 is alweer de zesde TrendRede op een rij. Deze TrendRede wordt uitgesproken bij Pakhuis De Zwijger op 12 januari 2016. Op een andere plaats en tijd. Dat, omdat we dit keer wilden ontsnappen aan de hectiek van de politiek rond Prinsjesdag. De TrendRede heeft tenslotte als doel om de lange lijnen naar de toekomst te schetsen. En niet om mee te gaan in de opwinding van de dag die je dacht dat nooit zou komen. De tijd waarin het oude jaar plaatsmaakt voor de volgende 366 dagen – want 2016 is een schrikkeljaar – is bij uitstek een moment om de balans op te maken. Een tijd voor reflectie ook; waarin je je afvraagt wat je de afgelopen tijd hebt gedaan en bereikt en wat de goede voornemens, plannen en doelen voor de komende periode zijn.

Mag ik dan bij jou
Terwijl het Glazen Huis van 3FM Serious Request wordt opgebouwd in Heerlen (de stad waarin in verhouding de meeste kinderen opgroeien in een bijstandsgezin), zingen we mee met ‘Imagine’, de nummer 1 van de top 2000 van 2015. En natuurlijk ook met ‘Mag ik dan bij jou’, de nieuwe evergreen van Claudia de Breij op nummer 4. Bij DWDD schuift, niet de vader des vaderlands Mark Rutte, maar minister Timmermans aan, die zijn gedachten over de tijd waarin we leven op papier heeft gezet in de vorm van een 64 pagina’s tellend essay dat heet ‘Broederschap’ (de opbrengst van de verkoop gaat trouwens naar VluchtelingenWerk). Daarin vraagt hij zich af wat het nut van grenzen is, en het gevaar van muren. En waarom solidariteit, verbinding en vertrouwen zo belangrijk zijn.

Het vocabulaire van de toekomst
Broederschap. Je zegt het niet dagelijks tegen elkaar. Hoewel het woord misschien wel deel uitmaakt van de soms ietwat archaïsche woordenschat van Matthijs van Nieuwkerk. Opmerkelijk genoeg zijn het juist dat soort woorden die wij als groep ‘vooraanstaande’ trendwatchers en futuristen deel vinden uitmaken van het vocabulaire van de toekomst. Het gaat bij de TrendRede 2016 tenslotte en niet voor niets om een ‘rede’, waarin de traagheid van het geschreven en gesproken woord het even hebben overgenomen van de dominantie van het beeld. Nog meer van die woorden? Verlichting, catharsis, vergeving, mededogen, verlossing, barmhartigheid. Bijna alsof je bij de dominee bent die een gebed voorleest: ‘Vergeef ons onze schulden, leidt ons niet in verzoeking, verlos ons van den boze.’

De hongerigen spijzen, De dorstigen laven, De naakten kleden, De vreemdelingen herbergen, De zieken verzorgen, De gevangenen bezoeken, De doden begraven.

Het Disruptieve Decennium
Of anders gezegd, bij Paus Franciscus (iedere tijd krijgt de paus die hij verdient), die op 8 december de Heilige Deur van de Sint Pieter èn het Heilige Jaar opende. Het Jubeljaar 2016 staat in het teken van ‘de zeven werken van barmhartigheid’: De hongerigen spijzen, De dorstigen laven, De naakten kleden, De vreemdelingen herbergen, De zieken verzorgen, De gevangenen bezoeken, De doden begraven. Hoe kan het dan anders dat Angela Merkel, Persoon van het Jaar 2015 volgens Time Magazine, ‘Madonna Merkel’ en ‘Mutti Merkel’ werd genoemd vanwege haar opendeur-politiek. Natuurlijk, aan de andere kant van het spectrum staan beoogde politieke leiders als Marine Le Pen en de wouldbe ‘chaospresident’ Donald Trump. In Het Disruptieve Decennium staan zij tegenover bruggenbouwers als Hillary Clinton en, zoals we zagen en lazen, onze eigen Frans Timmermans.

Tijdlijnen en trendbreuken
Dat is wat wij trendwatchers en futuristen (de term futuroloog is al enige tijd achterhaald) doen. Observeren en ordenen. Verbanden leggen en zo, enerzijds tijdlijnen doortrekken, anderzijds trendbreuken vastleggen. En dan is het voor ons niet zo moeilijk om te bedenken wat de gevolgen van die lijnen en breuken zouden kunnen zijn. De #tippingpoint van het nieuwe fossielvrije tijdperk, de #peakoil (ook wel Hubbertpiek genoemd) van onze tijdgeest; die zijn we dus al lang gepasseerd. We leven al een paar jaar in de lente van een nieuw holistisch tijdperk. Alleen kijken we maar één kant op. Onze ogen zijn gericht op Heerlen en Molenbeek, op Lesbos en op Lampedusa, waar organisaties als Artsen zonder Grenzen goed werk verrichten. Maar ze kunnen ook een andere kant op kijken. Niet in de richting van de wanhoop, maar van de hoop. En na Parijs 2015 heeft die hoop ook een strategisch plan en een verdienmodel gekregen.

‘Like many thinking people, we see biodiversity and ecosystems collapsing around us. So we’ve rolled up our sleeves and gotten to work. We have no choice: otherwise we might as well kiss our beautiful planet goodbye.’

Gamechanger, Challenger, Incubator
Voorbeelden? Inmiddels zijn er ontelbaar veel gamechangers, challengers en incubators. En ook oneindig veel crowdfunders, impact investors en good businesses. Terwijl de grootbanken duizenden mensen ontslaan, schuift ons geld langzaam maar zeker naar Triodos Bank en ASN Bank; of nog verder in de richting van Bitcoin en Bunq. De superbrands van de twintigste eeuw – denk Coca-Cola, McDonald’s, Shell – ze zijn de laggards van de nieuwe tijd. Hoe mooi is dan het verhaal van Douglas Tompkins, de textielmagnaat die ecofilantroop werd. Hij noemde zijn winkel met outdoorspullen naar de moeilijk beklimbare kant van de berg: The North Face. In 1989 besloot hij om ’te stoppen met de verkoop van dingen die mensen niet nodig heben.’ Samen met zijn tweede vrouw Kris McDivitt, die leiding gaf aan buitensportmerk Patagonia, nam hij zich voor om zijn fortuin te besteden aan de aankoop van 900.000 hectare land in Argentinië en Chili om er natuurparken te stichten. Op 8 december 2015, bijna op hetzelfde moment waarop de paus de Heilige Deur opende, overleed hij nadat een ijskoude golf zijn kajak op het Generaal Carrerameer in Chili deed omslaan. Het belang van natuurbehoud bleef hij onvermoeibaar onder de aandacht brengen: ‘We hebben geen keus. We kunnen anders onze geweldige planeet wel vaarwel zeggen.’

De mantra van Waarde, Waarheid en Waardigheid
Die man was zijn tijd vooruit, zeggen we dan. En dat is minder moeilijk dan het lijkt. We kunnen allemaal onze tijd vooruit komen, als we de wetten uit het verleden niet langer als de maatstaven voor de toekomst hanteren. Iedereen kan op elke plek en op ieder moment binnen zijn eigen mogelijkheden een gamechanger, challenger of incubator worden. Als we maar de goede kant op kijken. Het oude verdwijnt om ruimte te maken voor het nieuwe. En die ruimte is geen gevaarlijke plaats maar een plek waar we invulling kunnen geven aan de drie W’s die horen bij wat volgt op Het Disruptieve Decennium. En die iedereen die ook vindt dat we geen keuze hebben (en ook niet willen) als een mantra voor de toekomst kan gebruiken: Waarde, Waarheid en Waardigheid. Want als Claudia Breij onze voorganger is op cultureel gebied, Madonna Merkel onze leidsvrouw in politiek Europa, de paus onze gids op het spirituele pad en Douglas Tompkins ons voorbeeld op bedrijfseconomisch terrein, dan hoeven we niet in de toekomst te verdwalen. ‘Strawberry Fields Forever!’

Hilde Roothart is trendonderzoeker en oprichter van Trendslator.

 

E(HU)MANCIPATION

De wereld is in beweging: letterlijk en figuurlijk. In letterlijke zin zien we wereldwijd steeds meer aardbevingen en vulkaanuitbarstingen en mensen zijn massaal op de vlucht voor oorlog en geweld. In figuurlijke zin transformeert ‘het hele systeem’. Als tektonische platen schuiven de oude en de nieuwe tijd in volle hevigheid langs elkaar. Die wrijving geeft nieuwe energie maar genereert ook frictie en oververhitting. Dat laatste overschaduwt momenteel de positieve en hoopgevende kant van de transformatie. Reden te meer om aandacht te geven aan wat wel goed gaat en waar wel doorkijkjes ontstaan naar een meer holistisch perspectief. Bij een kleine, maar gestaag toenemende groep mensen dringt het besef door dat we allemaal onderdeel zijn van één groot mondiaal (eco-) systeem en dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de gehele keten. Het is in dit kader de moeite waard om te luisteren naar het indrukwekkende laatste betoog van Wubbo Ockels


Pre-naissance

Ondertussen transformeert de mensheid naar een nieuw tijdperk. Afhankelijk van het perspectief kan dat als positief of negatief ervaren worden: vanuit het milieu gezien leven we in blessuretijd zoals ook blijkt uit het betoog van Wubbo Ockels. Vanuit wetenschap en technologie daarentegen bevinden we ons juist in een opwindende ‘prototijd’ waarin ongekende oplossingen voor existentiële problemen het levenslicht zien. Bijvoorbeeld zouttolerante landbouwgewassen, die op verzilte bodem kunnen groeien en zelfs met zout water gevoed kunnen worden (Marc van Rijsselberghe) of ‘Ice from the sky’ waarbij hoog in de lucht ijs ‘ge-oogst’ wordt zodat koeling mogelijk is in afgelegen gebieden of zelfs de woestijn (Marcel Verduyn).
Vanuit de mens gezien bevinden we ons in een Pre-naissance, om met de woorden van Harry Kunneman te spreken: “ We bevinden ons in een voorfase (in de TrendRede noemen we dat de ondertussenheid) van een nieuwe periode in de ontwikkeling van de mens. Nieuwe morele kaders kondigen zich aan, maar we weten niet precies wat er geboren gaat worden. Die zoektocht vraagt om andere vermogens dan spreadsheets maken, slim debatteren en hoe dan ook gelijk krijgen. Dit gaat over de ontwikkeling van nieuwe morele vermogens. De hamvraag is wat je daar zelf in bij kunt dragen. Op school, op je werk, in de politiek. Dat is lastig, maar dat kun je ook omkeren. Op al die plekken hebben we ruimte om met veranderingen te beginnen.”


E(hu)mancipation

Duidelijk is dat er voor de mens en de menselijke maat een centrale rol is weggelegd. Maar zo voor de hand liggend als dat klinkt zo gecompliceerd blijkt dat in praktijk te zijn. In de exponentiele vaart der vooruitgangen zijn wij als mens letterlijk los getrild en lijkt het alsof we niet langer synchroon lopen met onze eigen tijd. De implicaties van alle mogelijkheden zijn nog lang niet allemaal te bevatten en het systeem van de nieuwe tijd vraagt eveneens om aanpassingen van de mens, die we nog niet overzien. We zullen moeten emanciperen. Letterlijk betekent dat: het streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie. Die achtergestelde positie gaat dit keer niet over culturele achtergrond of gender maar over de mens zelf. Vandaar dat het woord e(hu)mancipation beter op zijn plaats is. De mens als essentiële schakel van het systeem en als drager van verantwoordelijkheid. Dat gegeven zijn we een beetje uit het oog verloren in tijden van korte-termijn-rendementsdenken, algoritmen en controlesystemen. Momenteel voeren wantrouwen, vervreemding, verdeeldheid en spraakverwarring de boventoon.

In deze Babylonische situatie zullen we opnieuw moeten zoeken naar de menselijke maat, het behapbare, het tastbare.
In Rome is het jaar 2015 benoemd tot het jaar van de barmhartigheid, dat mag wat mij betreft nog wel met een jaartje verlengd worden. Want barmhartigheid, vriendelijkheid, empathie en altruïsme zijn de essentiële begrippen voor de herdefinitie van de mens(-elijke maat). Dat geldt ook voor durven twijfelen, kwetsbaarheid, imperfectie en de tijd nemen. Niet gemakkelijk, wel noodzakelijk om de balans te herstellen en ons staande te houden. Om grip te krijgen en richting te vinden. Het goede nieuws is dat alle genoemde eigenschappen en voorwaarden uiteindelijk archetypische menselijke eigenschappen zijn, die we vooralsnog niet kunnen overlaten aan technologie en robotica.

Christine Boland

www.christineboland.nl

De wrijving van twee tijdperken

De uitdaging van deze tijd is niet dat we het niet goed hebben maar dat we de gedeelde verbeeldingskracht lijken te ontberen om te zien hoe het beter kan. De grootste vijand van ieder individu wordt immers gevormd door de eigen gedachten.

“Smart is when you believe half of what you hear, brilliant is when you know which half (Robert Orben)

De mens?

We kennen als mens een genetische focus op het eigenbelang. We zijn gericht op prestatie en materiële status. We zijn geobsedeerd door de korte termijn en we ontkennen problemen als we ze niet direct kunnen waarnemen. Daarbij apen we eenvoudig en snel bestaand gedrag na. Lang leve de evolutie!

Het heeft ons gebracht in een samenleving waarin we elkaar lijken te beoordelen op basis van wat we bezitten in plaats van wat we bijdragen. We kennen een politiek stelsel dat primair gericht is op het behartigen van tijdelijke partijbelangen in plaats van overstijgende algemene belangen. Een samenleving waarin regels en procedures mensen reduceren tot uitvoerende entiteiten. Waar digitale sociale netwerken helpen te verbinden maar tevens resulteren in massale vergelijk- en egosystemen die ons depressief lijken te maken.

We leven in een samenleving waarin ‘disruptie’, gelukkig, het nieuwe modewoord is. Het gebruik van woorden zoals innovatief en doorbraak kennen een toename van 15000% in de wetenschap (BMJ 2015, Use of positive and negative words in scientific PubMed abstracts 1974 – 2014) Disruptie lijkt de heilige graal. Een disruptieve tijd waarin businessmodellen onder druk staan, consumptiepatronen opnieuw worden uitgevonden, de democratie faalt en de mens onwetend is over de vergaande impact van technologie. Een wereld vol informatieconsumentisme, massasurveillance en ‘easy fix denken’. Maar laten we niet vergeten te luisteren naar de lessen uit het verleden. Ernaar luisteren zonder ons handelen te verlammen.


Leefwereld versus systeem wereld

We leven in een tijdperk waarin de bedrijfseconoom en de regelneef de vakinhoudelijke en gepassioneerde experts hebben vervangen. Waarin wantrouwen de meest dominante factor is geworden. Regels en procedures moeten ons op het rechte pad houden maar resulteren in een wildgroei aan toezichthouders en instituten die excelleren in het in stand houden van het eigen bestaansrecht. We hebben jarenlang vooruitgang gecreëerd maar kunnen vanuit onze systeemverslaving niet meer zonder een overvloed aan regels en procedures. Lang leve de vooruitgang!

We botsen met onze systemen omdat ze niet aansluiten op de menselijke leefwereld. We hebben schijnbare zekerheid gecreëerd maar doden hiermee de zelfregie, passie en de unieke menselijke vaardigheid: creativiteit. Dit terwijl juist de eigen regie op het leven voor ons als mens zo essentieel is. Volgens het CPB (december 2015) blijkt de hoeveelheid controle die mensen over hun leven ervaren belangrijker dan inkomen, gezondheid en opleiding.


Apathie en oppervlakkigheid als grootste bedreiging?

“We omarmen wat ons bevalt en keren ons af van wat ons bedreigt”

Niet klimaat, terrorisme, kapitalisme, maar apathie en oppervlakkigheid zijn onze ergste vijanden. We herkennen ons in de houding dat de problemen te omvangrijk zijn om zelf invloed op te hebben. Ondertussen stemmen we dagelijks met iedere te besteden Euro voor de wereld die we voor onze kinderen wensen.

We vinden de dagelijkse nuance saai en de waarheid niet interessant genoeg. We doen de echte problemen af als idealistische prietpraat zodat we zelf niets aan ons eigen gedrag hoeven te doen. We worden conflictvermijdend, denkende dat het dan uiteindelijk vanzelf wel weer zal overgaan.

Al is apathie de grootste bedreiging, toch zien we de kracht van het netwerk toenemen. Twee schurende tijdperken. De grootste revolutie vindt immers niet plaats in technologie maar in mindset. Wie we vertrouwen, wat we waarderen en hoe we ons organiseren. Het overgrote deel van de consumenten vindt innovatie van belang voor de vooruitgang van de samenleving. Maar het blijkt ook dat mensen vinden dat vernieuwing in de hedendaagse samenleving vooral gedreven is door winstbejag. Onze groeigeilheid heeft schijnbaar niets hoeven inleveren na de economische ‘crisis’ en het rendementsdenken is zelfs aangewakkerd.


De schijnbeloftes van technologie?

De ultieme marketingmachine bevindt zich op dit moment bij de tech-industrie. Het heeft technologie gebracht tot het ultieme doel van menig organisatie en overheidsinstantie. We overschatten de invloed van technologie schromelijk en vergeten de bron van de uitdagingen die technologie zou moeten oplossen in te zien en daar de echte aandacht aan te schenken.

De samenleving wordt gedreven door risicoaversie en -minimalisering waarbij het wondermiddel technologie is. De technologische ideologie die belooft voor ieder complex probleem een oplossing te kennen. Technologie die problemen voorkomt voordat ze beginnen door ons daar eerder op te wijzen. Klimaatverandering, oorlog, obesitas alles kan teniet worden gedaan door technologie. De ideologie grijpt om zich heen als een digitaal virus en maar al te graag luisteren we daar als individu naar. Gaan we hier niet te snel voorbij aan de werkelijke essentie?

Ondertussen zien we de tech-wereld struikelen over de eigen beloftes en was het tech hype woord van 2015 Positive Computing. We sluiten het jaar af met het hype woord: Sjoemelsoftware. Technologie kan helpen fundamentele uitdagingen van de mensheid het hoofd te bieden maar dan moeten we als mens wel de juiste vragen stellen. De vraag is alleen óf we nog wel de juiste vragen stellen? Zorgen we er wel voor om van de technologische expansie daadwerkelijk menselijke vooruitgang te maken?

Met onze focus op technologisering verliezen we de mens uit het oog. Technologie is een doel op zich geworden in plaats van een middel. We zien de eerste signalen al. In onze zoektocht naar meer controle en klantgerichtheid verzamelen we data en gaan hierbij voorbij aan wat we als mens redelijk of gewenst achten. Economische exploitatie is inmiddels niet meer de meest essentiële bedreiging, maar informatie-exploitatie.

We digitaliseren de oude wereld beter en sneller dan ooit maar vergeten om volledig nieuwe systemen te creëren. Het is tijd om dit bewustzijn te voeden want de zogenaamde democratisering door technologie lijkt een wassen neus. De nieuwe wereldleiders komen op en steken oude businessmodellen in een nieuw jasje. De scheidslijn tussen technologische dominantie en menselijke vooruitgang is dunner dan ooit.


Ruimte voor realistisch idealisme?

“Wat je denkt is wat je ziet”

We leven in een tijdsgeest waarin vier miljoen Nederlanders anderen helpen. Een tijdspanne waarin we quota moeten opstellen voor mensen die vluchtelingen willen helpen. Waarin bezit steeds minder dominant wordt. We lijken veiliger, rijker en gelukkiger dan ooit. En toch zien we een tijdperk verschuiven.

Trends en ontwikkelingen laten zien dat er een nieuwe verschuiving plaatsvindt binnen organisaties die zich richten op benodigdheden in plaats van de creatie van wensen. Organisaties die verleiding weten te combineren met ‘goed doen’. Marketing wordt ‘mattering’ waarbij de kloof tussen wat een organisatie zegt en doet gereduceerd wordt. Organisatorische betekenisvorming door een focus op kwaliteit van leven, oorsprong en gezondheid. Flexibele communities die functioneren op basis van marktvraag met gedeelde passie als kern. Organisaties waar mensen willen werken in plaats van moeten. Netwerken waarbij de contributie belangrijker is dan credentials. Invloed op basis van toegevoegde waarde in plaats van titel. Zwermen mensen met tijdelijk gedeelde doelen waarbij controle plaatsvindt vanuit transparantie in plaats van gecentraliseerde macht. Lang leve de vooruitgang!


De echte mens!

We komen niet goed of slecht op deze aarde maar we worden geboren om goed of slecht te worden. We zijn van nature onbevangen vrije geesten. We experimenteren, verkennen en lachen. We leren door open te staan voor het onbekende en te handelen vanuit nieuwsgierigheid. Van nature zijn we geneigd tot samenwerking en altruïsme. We denken niet in belangen maar in betrekken. We hebben alle ‘middelen’ vanaf onze geboorte meegekregen maar lijken het gaandeweg te verliezen. De menselijke geest moet open staan voor het andere en niet dichtslaan door het bestaande. Dat is de kracht van ons als mens.

We dromen te weinig en denken teveel. We overleggen teveel en doen te weinig. We vragen te vaak vooraf toestemming in plaats van achteraf vergeving. We bedenken teveel en verkennen te weinig. Laten we onze verbeelding niet beperken door rendementsdenken, regelobesitas of een gepercipieerde angstcultuur. Creëer ruimte voor meerduidigheid, nuance en empathie. Het is tijd om ons te richten op vertrouwen als de dominante factor in de samenleving. Openstaan om te leren aanvoelen, in te leven en te begrijpen. Het lijken de meest basale ‘kernactviteiten’ van de mens. Maar organisaties, management en velen van ons onderschatten de waarde, impact en het belang ervan. Er is geen technologie die dit proces op dit moment beter kan dan de mens zelf. Een samenleving waar we minder op elkaar letten en meer op elkaar passen. 2016, we maken er zelf wat van!

 

Tony Bosma

Levi’s versus G-Star – en wie ben jij?

“Zonder betekenis geen bestaansrecht!”

New King
Aan het begin van mijn loopbaan, lang, lang geleden – we spreken over begin jaren negentig – adviseerde ik Levi’s, dat toen eenzaam aan de top van de jeansmarkt stond. Ik toonde ze nieuwkomers, die de Levi’s doelgroep benaderden met eigenzinnige, taboedoorbrekende communicatie. Die werd minzaam bekeken. Leuk, maar geen belangrijke speler, dat Diesel, Pepe Jeans of Gap Star (G-Star). Een hype misschien, net als het ook al nieuwe H&M. Zeker geen bedreiging voor de langere termijn.

G-Star had in 2013 het grootste aandeel binnen het hogere marktsegment.

Iedere markt kent periodes dat er een snelle omslag plaatsvindt, een zogenoemde lentetijdgeest, waarin nieuwe toetreders het oude belagen, en soms wegvagen. Eind jaren zestig, dat kennen de meesten wel, dat is een iconische lentetijdgeest geworden. Begin jaren negentig maakten we weer die tijdgeest mee.

Iconen van een nieuwe lente
En anno 2014 zitten we opnieuw in een lentetijdgeest, betoogde ik in het boek De Seizoenen van de Tijdgeest. Grenzen worden weer beslecht, pioniers breken met kracht uit systemen. Binnen elke sector staan de lente iconen op. Als het over economie gaat hebben we Thomas Piketty, gaat het over landbouw dan kijken we naar Joel Salatin, in het bedrijfsleven is Ricardo Semler de held van het nieuwe leiderschap. Het zijn internationale beroemdheden, hun taboedoorbrekende mening wordt onderbouwd met een klinkend succesverhaal. De media meten startups als Airbnb en Uber breed uit. Maar vergeet het Hollandse Thuisafgehaald niet. En Booking.com. René Kneyber en Jelmer Evers schreven “Het Alternatief” over de toekomst van onderwijs. Daan Roosegaarde, de verlichte designer, is ons nationale lentekind, ondertussen. En Teun van der Keuken raast door de wondere wereld van wat wij vroeger A-merken noemden, omdat ze A-kwaliteit leverden. Ooit, zo blijkt uit Teun’s verbaasde en gedreven verslaglegging. Vandaag de dag bevat nogal wat thee louter boomschors en smaakkorrels en wordt A-merk appelsap geproduceerd door het sap van smakeloze en afgekeurde appels te vermengen met aroma’s. Een goed product maken leek simpel: neem goede ingrediënten en voeg die samen tot iets moois. Maar dat was vóór de zucht naar efficiency en winstmaximalisatie.

De wederopbouw van betekenis
Bedrijven zijn hun essentie voorbij gerend om te voldoen aan verwachtingen van de markt. De korte termijn behoeften van aandeelhouders zijn belangrijker dan die van de eindgebruiker – en die van werknemers. Maar het protest neemt toe. Marketingtrucs werken niet meer. Er loopt veel opgeblazen economische waarde weg uit de markt. En er zijn weer nieuwe toetreders. Betekenis is het DNA van waaruit ze zich ontwikkelen. Waar aan de bovenkant oude bedrijven markten uitkleden en hun betekenis uithollen, werken aan de onderkant nieuwe ondernemers aan de wederopbouw van die betekenis. Ze wikken en wegen opnieuw met pure ingrediënten, net zo lang tot ze een goed en relevant product kunnen leveren waar iedereen beter van wordt – niet alleen zij zelf, ook de consument. Zie daar de ommekeer in het marketingvak: zonder betekenis geen bestaansrecht. Het bedrijfsleven staat voor een betekenisrevolutie.

Ketenkrakers
De consument is klaar voor die revolutie. Die begrijpt dat hij, als hij zichzelf een lang en gezond, maar vooral betekenisvol leven toedicht, een actieve positie moet opeisen binnen de productieketen. Het fenomeen ketenkraker doet zijn intrede. De ketenkraker breekt oude machtsverhoudingen open, orkestreert de onderdelen van de cyclus opnieuw en werkt zo valse noten weg of dwingt ze een zuiverder toon aan te slaan. Door het kopen van hun eigen krant proberen NRC lezers een investeringsfonds, dat naar verwachting aan de redactionele vrijheid gaat knutselen, buiten de deur te houden. Pensioenfondsen worden gekraakt omdat ze jouw pensioengeld beleggen in dierenleed, kinderarbeid en wapentuig. Vani Hari, a.k.a. Foodbabe, kraakt Starbucks. De lijst wordt almaar langer. Ketenkrakers zwermen rondom oude systemen en blijven net zo lang prikken tot hun doelwit toegeeft – of bezwijkt.

Vijf jaar TrendRede
De afgelopen vijf jaar hebben we met de TrendRede wassende golfbewegingen beschreven. De reactie in het begin was vaak “het zal wel, ik zie het niet”. Nu begint bij overheid, semi-overheid en bedrijfsleven een rusteloos zoeken naar openingen in vastgelopen systemen op gang te komen. We gaan overstag, als samenleving. We zijn eraan toe om het oude los te laten en voorzichtig het nieuwe te omarmen. Het is lente in de tijdgeest.

En wat doe jij?
Verkoop je boomschors als thee? Bevredigt dat? Heb je het idee dat je baan werkelijke betekenis heeft binnen de huidige context? Moet je het allemaal nog zien, die lenterevolutie? Wacht je tot de eerste ketenkraker zich aan je poort meldt? Of tot de G-Star in jouw segment de markt van je overneemt? Mijn tip: ga op zoek naar nieuwe betekenis voor jezelf en je bedrijf. Jij bent het waard – en de wereld ook.

 

Tom Kniesmeijer